Vrij van angst
September 2005
In de aanloop naar de VN-top van
vorige week werd de staten gevraagd om actie te ondernemen tegen de
proliferatie van massavernietigingswapens, maar ook om de strijd aan te gaan
tegen wapenhandel en landmijnen. Een akkoord over nucleaire en andere
massavernietigingswapens werd niet bereikt, maar de standaardzin om toe te
treden tot het Verdrag voor een Verbod op Landmijnen haalde nog net de eindtekst.
Staten worden opgeroepen technische bijstand te leveren aan landen die
getroffen zijn door landmijnen.
Deze paragraaf schiet schromelijk tekort. De steun moet zich
richten op mensen en ontwikkeling, niet enkel op technische
gemakkelijkheidsoplossingen. Daarnaast moet de internationale gemeenschap haar
uiterste best doen om te vermijden dat andere wapens, zoals clusterbommen,
gelijkaardige menselijke, economische en ecologische schade aanrichten.
Landmijnen en niet-ontplofte oorlogsrestanten zijn te vinden in 91
landen en regio's, maar er zijn slachtoffers in zo'n 120 landen. De overgrote
meerderheid van de slachtoffers zijn burgers. Een kwart van hen zijn kinderen,
zeventig procent is in de productiefste periode van zijn leven (15-59). De
economische impact voor het slachtoffer, zijn familie en omgeving is enorm,
want mensen met een handicap zijn de armste onder de armen. Daardoor hebben ze
geen toegang tot gezondheidszorg.
|
|
|
Landmijn slachtoffers in
Cambodja spellen basketbal. ©2005 Katleen Maes |
Landmijnslachtoffers of hun
kinderen zijn vaak aangewezen op ngo's om enige vorm van onderwijs of
bijscholing te krijgen. Als een vrouw of meisje gewond wordt door een mijn, is
ze in landen als Afghanistan en India van geen enkele waarde meer, want ze zal
nooit een echtgenoot vinden. Ze is tot haar dood een last voor de familie en
zal geen kans krijgen om zich verder te ontwikkelen. Zoals zoveel andere
landmijnslachtoffers en mensen met een handicap worden ze gestigmatiseerd, als
onproductief beschouwd en aan hun lot overgelaten.
Hun aantal zal alleen maar toenemen, want op dit moment vormen
clusterbommen een gevaar voor de bevolking in een twintigtal landen en regio's,
zoals Afghanistan, Irak, Kosovo en Laos, maar ook Ethiopië, Tsjaad en
Saudi-Arabië. Een paar dagen geleden lieten onderzoeksteams weten dat er na de
hevige gevechten in en rond Najaf geen enkel dorp of gehucht meer is zonder
clusterbomslachtoffers.
In 2003 wisten we al dat
negentig procent van de burgerslachtoffers tijdens de Amerikaanse invasie in
al-Hilla, centraal Irak, veroorzaakt werden door clustermunitie. Clusterbommen
zijn, in tegenstelling tot landmijnen, bedoeld om een dodelijk effect te
hebben. Als een slachtoffer toch overleeft, zijn de verwondingen onmenselijk.
De internationale gemeenschap heeft de plicht hieraan een einde te
maken door een ban op het gebruik van clustermunitie goed te keuren en
voldoende (ontwikkelings)hulp te bieden zodat mensen niet alleen zonder angst
maar ook waardig mogen leven.
Katleen Maes works for Handicap International on the International Campaign to Ban Landmines.
This
article appeared in the 21 September 2005 edition of Belgian daily De Standaard
© 2005 Katleen Maes
ã2005 K. Diab. Unless otherwise stated, all the content on this website is the
copyright of Khaled Diab.