In februari bracht de Turkse premier Erdogan een vierdaags bezoek aan Duitsland. Premier Erdogan haalde de woede van de Duitse kanselier Angela Merkel en de Duitse rechterzijde op de hals toen hij
in een toespraak stelde dat “assimilatie een misdaad tegen de menselijkheid is”*.
Juni 2008
In een stadium in de Duitse stad Keulen sprak de Turkse premier Erdogan een menigte van zo’n 20.000 Turken toe. Zijn speech vormde de aanleiding voor een rel over de integratie van Turken in Duitsland tussen de Duitse kanselier Angela Merkel en de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan.
Alhoewel hij hen zei dat ze zich in de Duitse samenleving moeten integreren en zichzelf moeten beschouwen als een deel van Duitsland, stelde hij dat de Turken hun Turkse culturele identiteit niet mogen verliezen. De Turkse leider ging verder en omschreef gedwongen assimilatie als ‘een misdaad tegen de menselijkheid’.
Bepaalde Duitse commentatoren speculeerden dat Erdogan’s uitlatingen gemotiveerd waren door zijn gevoel dat hij door Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy werd afgewezen. Beide staatshoofden hebben immers hun reserves ten aanzien van een toekomstig EU-lidmaatschap van Turkije.
Erdogan’s uitspraken over de Duitse Turken zou een analogie blijken te zijn met zijn eigen gevoelens over de positie van zijn land binnen de EU-gemeente: Turkije moet een volwaardig lid van de Europese Unie kunnen worden zonder zich te moeten ontdoen van zijn culturele identiteit en geschiedenis en zonder dat Turkije tevreden zou moeten zijn met een ‘geprivilegieerd partnerschap’ dat door Merkel op tafel wordt gelegd. Persoonlijk ben ik voor het lidmaatschap van Turkije, dat reeds eeuwenlang een grote speler is op het Europese toneel, van de EU, zeker wanneer het ritme van hervormingen aanhoudt.
Merkel, misschien geïrriteerd door Erdogan’s vermogen om een dergelijke enorme menigte van Duitse Turken op de been te krijgen, schimpte: “Wanneer je opgroeit in Duitsland in de derde of vierde generatie, wanneer je de Duitse nationaliteit hebt, dan ben ik uw kanselier.”
Het is wel vervelend voor Merkel dat niet veel Turken in Duitsland, door de strenge Duitse nationaliteitswetgeving (die door Gerhard Schröder enigszins werd versoepeld), voldoen aan haar omschrijving. Naar schatting heeft slechts een half miljoen van de 2,7 miljoen Turken in Duitsland de Duitse nationaliteit. Wanneer Merkel wenst dat de Turkse bevolking zich meer een ‘Duitser’ voelt, moet ze hen misschien een grotere rol in de samenleving laten spelen door het gemakkelijker te maken om de Duitse nationaliteit te verkrijgen.
Turkije is echter niet gemachtigd om Duitsland te bekritiseren gezien de manier waarop zijzelf haar eigen minderheden behandelt en gezien de nationalistische druk die zij uitoefent op haar eigen burgers om zich te conformeren aan een bepaalde notie van ‘Turksheid’ die de Kemalistische republiek sinds haar oprichting door Mustafa Kemal ‘Atatürk’ (‘de Vader van de Turken’) kenmerkt.
“Ik heb niets tegen het merendeel van wat Erdogan heeft gezegd,” zei een Duitse vriend me. “Maar wat had de reactie geweest indien Merkel naar Turkije was gegaan en Koerdische taalscholen had gevraagd en aan Koerden had gezegd in welke mate zij zich in de Turkse samenleving moeten integreren? Turkse conservatieven en nationalisten zouden veel feller hebben gereageerd op een dergelijke speech dan hun Duitse collega’s hebben gedaan.”
Na de ontbinding van het Ottomaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog, verloren de Koerden de autonomie die zij eeuwenlang hadden genoten en werd hun geboorteland verdeeld tussen vier landen. In Turkije, alhoewel Koerden in theorie dezelfde rechten hebben, werden hun burgerlijke en culturele rechten decennialang gekortwiekt. Turkse wetten beperken nog steeds in grote mate het gebruik van de Koerdische taal, ze verbieden Koerdische namen en traditionele kledij.
Gelukkig lijden de Turken in Duitsland niet onder dezelfde onderdrukking als de Koerden in Turkije. Erdogan zou er goed aan doen om zijn eigen advies mee naar huis te nemen en de Koerden de culturele en politieke ruimte te geven die ze verdienen opdat er eindelijk een einde zou komen aan een honderdjarig conflict tussen hen en de Turkse staat.
Ondanks de verhitte retoriek van de Erdogan-Merkel rel, lijken de twee conservatieven het eigenlijk eens te zijn over twee basiselementen: “Ik ben blij dat hij [Erdogan] zichzelf een voorstander toont van integratie en van het leren van de Duitse taal,” bekende Merkel. Zij voegde er echter een ‘maar’ aan toe: “Een langdurig leven in een land betekent ook een grotere aanvaarding van diens gewoonten.”
Hiermee komen we bij de netelige kwestie: hoe ver moet integratie gaan vooraleer het schadelijk wordt? Is assimilatie gunstiger dan diversiteit of vice versa? En hoe veel culturele verschillen moet een samenleving tolereren?
Volgens mij is het belang dat liberale democratieën in Europa toekennen aan individualisme en dit type van conformistische druk fundamenteel contradictorisch. Zo vraag ik mij af welke ‘gewoonten’, die door de Turken meer aanvaard moeten worden, de Duitse kanselier bedoelt. Betekent ‘aanvaarding’ begrip en rekening houden met deze gewoontes of betekent het die gewoontes overnemen? Indien zij overnemen bedoelt, wat moeten we dan doen met deze autochtone Duitsers die diezelfde tradities verwerpen? Moeten autochtone Duitse culturele minderheden, zoals milieuactivisten, communisten en bekeerlingen verbannen of gestraft worden omdat zij bepaalde ‘gewoontes’ niet aannemen?
Dat zou een enorm probleem zijn voor Duitsland die een lange traditie van excentriek individualisme kent. Zo was tijdens het interbellum een ‘oriëntaalse’ levensstijl in de mode bij de onconventionele menigte, zoals Baron en Barones ‘Omar’ Rolf en Elfriede von Ehrenfels, en Lev Nussimbaum, ook bekend als Essad Bey en Kurban Said.
Bovendien zouden deze gesprekken over integratie veel overtuigender klinken indien de Europeanen die in het buitenland wonen zelf wat meer moeite zouden doen om in de praktijk te brengen wat ze verkondigen. Naar algemene westerse gewoonte richten zij kleine thuiseilanden op waar zij zich vestigen, of dat nu in Dubai, Cairo, Peking of Singapore is.
Buiten enkele opmerkelijke uitzonderingen, omschrijft de meerderheid zichzelf als ‘expats’ (uitgewekenen) zelfs wanneer zij het merendeel van hun leven in een andere land hebben doorgebracht – sommige wonen zelfs generaties lang in het buitenland. In Cairo heb ik ouder wordende Britten, Italianen en andere Europeanen ontmoet die amper een zin in het Arabisch kunnen zeggen en in een cocon van ‘expat instellingen’ leven.
Een voorbeeld dat Merkel misschien zou kunnen interesseren is Helenendorf, een Zwarte Woud dorp, niet gelegen in het Schwarzwald, maar op een eerder bizarre manier is gelegen tussen de Azerische woestijn en de voet van de Kaukasus. In het hart van deze moslimregio, bouwden Duitse immigranten een typisch Duits gehucht waar zij mee waren met de laatste trends in Duitsland, Duitse onderwijzers binnenhaalden en de enige cognac- en wijnindustrie van Azerbeidzjan begonnen. Zij werden door de lokale stammen echter niet onthaald op animositeit omwille van hun gebrekkige assimilatie maar werden met fascinatie en bewondering aanschouwd. De Duitsers werden aanvaard als een bizarre toevoeging aan de culturele mix van deze regio.
Wanneer
we nu één van de zwartste bladzijden uit de Europese geschiedenis onder de loep
nemen, welke gunstige gevolgen heeft de assimilatie dan gehad voor de Duitse
joden? Hun geloof in Bildung, Goethe,
Kant noch hun bekering tot het christendom heeft hen gered van de toorn van de Nazi’s. Ik vergelijk deze verschrikkelijke
periode niet met de huidige situatie maar we moeten op onze hoede zijn voor de gevaren
van kwaadsprekerij en het demoniseren, wat al te
populair aan het worden is onder bepaalde groepen wanneer het gaat over
moslims.
Alhoewel de samenzweringstheorieën
van een ‘vijfde colonne’ moslims nog niet zover gaan als het paranoïde
antisemitisme, die zowel het kapitalisme als het communisme afschilderden als slechte joodse samenzweringen om de
wereld te overheersen, moeten we omzichtig te werk gaan. We moeten verhinderen
dat het huidige discours over een zogenaamde globale ‘jihadistische’
samenzwering en de opmars van het ‘islamofascisme’
niet tot een tragedie zal leiden.
Mensen
met een liberale of progressieve instelling zouden het politieke discours
moeten wegleiden van de opkomende strijd langs religieuze of etnische lijnen en
focussen op de politieke kwesties. We moeten erkennen dat de politieke meningen
van moslims zo divers zijn als die van de rest van de samenleving. We moeten
ook de minderheidsrechten van moslimconservatieven beschermen maar mogen niet
toelaten dat hierdoor een inbreuk wordt gepleegd op de rechten van andere potentieel kwetsbare groepen, zoals vrouwen en
homoseksuelen.
Wat
Duitsland, Turkije en de rest van een groeiend multicultureel
maar gepolariseerd Europa zich moeten realiseren is dat het onderdrukken van
diversiteit niet de manier is. De beste weg voorwaarts is diversiteit hanteren
op een manier dat het voor iedereen goed is. Eens we dat kunnen organiseren,
zal het EU-lidmaatschap van een liberaal,
multicultureel maar overwegend islamitisch Turkije niet zo’n
radicaal idee lijken.
*Vertaling door Lieve Driesen voor ‘De
Koerden’.
ã2008 K. Diab.
Unless otherwise stated, all the content on this website is the copyright of Khaled Diab.